Met een groep wijkgenoten samen een aantal elektrische auto’s leasen voor gemeenschappelijk gebruik; dat is het idee van een autodeelcoöperatie. Na een succesvolle start in Nijmegen-Oost begint dit ook in Nijmegen-West.

Bron: De Gelderlander

Ben je gehecht aan je eigen auto voor de deur? Waar niemand anders in rijdt? En heb je de auto heel vaak nodig? Dan is autodelen wellicht niet zo’n goed idee.

Voor anderen kan het een alternatief zijn om de eigen auto de deur uit te doen en samen met buurtgenoten een aantal nieuwe elektrische wagens te leasen. Dat scheelt parkeerplaatsen, bespaart vaak geld én brengt je met andere bewoners in contact.

„Onze ervaringen van het eerste jaar zijn zeer positief”, zegt Hartger Wassink, voorzitter van ZoOost. Die buurtcoöperatie voor autodelen in Nijmegen-Oost telt veertig leden. Sinds een jaar rijden ze samen in vijf auto’s. Via een app zijn de voertuigen te reserveren en wordt het gebruik van de auto’s geregistreerd en verrekend.

Michiel Brouwer en Koen van Zon hopen over een tijdje dezelfde conclusie te kunnen trekken. Zij zijn betrokken bij de oprichting van zo’n coöperatie in Nijmegen-West. Die gaat in september van start. „Veertig mensen hebben zich al officieel aangemeld, naar verwachting stijgt dat nog tot ruim vijftig”, zegt Brouwer. „Genoeg voor minimaal zeven auto’s.”

Een van de deelauto’s van buurtcoöperatie ZoOost in Nijmegen-Oost staat geparkeerd bij de laadpaal. © DG

Beschikbaarheid

Het idee voor zo’n buurtcoöperatie zonder winstoogmerk is ontwikkeld door Deel. In navolging van onder meer Den Haag en Amsterdam slaat dit initiatief in Nijmegen goed aan. Ook in Nijmegen Noord en Heilig Landstichting zijn inmiddels initiatiefgroepen actief.

De twee meest gehoorde bezwaren tegen autodelen zijn de beschikbaarheid en het schoonhouden. De ervaring is anders, stelt Wassink. „Je grijpt zelden mis. Als de auto’s allemaal in gebruik zijn, mag je van het duurdere Greenwheels of MyWheels gebruik maken en het prijsverschil bij de coöperatie declareren. In een jaar tijd is dat minder dan tien keer gebeurd. Dat is heel weinig.”

Onderling afstemmen

Hij ziet dat de leden het autogebruik ook afstemmen op de beschikbaarheid. „Heb je per se nú een auto nodig, of kun je ook op een ander moment gaan? Of per fiets of met het ov? Het komt ook voor dat leden via de groepsapp vragen of iemand zijn reservering iets kan wijzigen, zodat er tóch een auto beschikbaar is. Dat onderling afstemmen gaat soepel.”

Ook de vrees dat de auto’s vies worden, blijkt ongegrond. „Omdat we allemaal mede-eigenaar zijn en elkaar kennen, wordt er relatief netjes met de auto’s omgegaan. Dat is anders dan het anonieme gebruik van een commerciële deelauto”, zegt hij. „En het wassen van de auto’s overleggen we via de groepsapp.”

Natuurlijk zijn er ook nadelen. Zo staan de voertuigen verspreid door de wijk, op maximaal 300 meter loopafstand van de deelnemers. En je moet zaken met elkaar afstemmen, want je bent samen verantwoordelijk voor het reilen en zeilen. „Maar dat is ook leuk”, vindt Van Zon. „Ik heb nu al nieuwe mensen leren kennen.”

Meer ruimte op straat

Volgens Wassink heeft de helft van de leden van ZoOost de eigen auto inmiddels de deur uit gedaan. „Dat betekent: meer ruimte voor kinderen om te spelen. Maar ook meer ruimte voor groen en voor bomen, belangrijk met het oog op het tegengaan van hittestress. Daar profiteert uiteindelijk iedereen van.”

Dat vooruitzicht spreekt Brouwer en Van Zon ook sterk aan. „Het is zonde dat de straten zo vol staan met stilstaand blik”, vindt Brouwer. „Ook als tweede auto kan een deelauto goed van pas komen”, vult Van Zon aan.

Hij noemt zichzelf ‘best een autoliefhebber’. „Maar mijn veertien jaar oude Mini Cooper staat meestal stil voor mijn huis. Die doe ik met pijn in het hart weg, uit ideële overwegingen. Daarvoor in de plaats rij ik straks in een gloednieuwe elektrische auto, terwijl ik minder per maand kwijt ben.”